Lepeltheorie, uitleg geven hoe het voelt om ziek te zijn.

lepeltheorie

waarschijnlijk ben je op het internet op zoek naar manieren om anderen uit te leggen hoe het voelt om ziek te zijn. Misschien is dat wel de reden dat je de site van stichting Chronisch Samen Sterk hebt gevonden. Vaak is je energieniveau met een chronische ziekte (veel) minder geworden, maar hoe ga je die verminderde energie aan anderen omschrijven? Hoe maak jij het anderen duidelijk dat dingen niet meer als vanzelfsprekend gaan? Het inzichtelijk maken hiervan kun je doen met de lepeltheorie.

The spoon theory is geschreven door Christine Miserandino. Zij heeft lupus. Lupus is een auto-immuunziekte. Dit verhaal kan iedereen, die iets mankeert, helpen om aan anderen uit te leggen hoe het nu voelt om ziek te zijn. Haar verhaal is vertaald door stichting Stomaatje en kun je hier in het Nederlands lezen.

Om een korte samenvatting van de lepeltheorie te geven is lastig, daarom raden we je aan het hele verhaal te lezen. Omdat je niet altijd de energie hebt om een lang verhaal te lezen leggen we je hieronder, in grote lijnen, het verhaal uit.

Hoe leg je beknopt maar tot in detail uit hoe elke dag beïnvloed wordt door je ziekte?

Pak alle lepels uit je keukenla. Stel dat dit er twaalf zijn. Aan de hand van die twaalf lepels moet je als chronisch zieke keuzes maken. Je moet bewust nadenken over de dingen die je doet. Of wilt doen. Dit is het grote verschil tussen ziek en gezond zijn.

Als je gezond bent heb je de luxe om te kunnen kiezen, eigenlijk iets wat je als vanzelfsprekend beschouwt. Je hebt onbeperkt energie en kan vaak doen en laten waar je zin in hebt. Eigenlijk kun je zeggen dat je aantal lepels oneindig zijn.

Wanneer je je dagen moet plannen wil je precies weten hoeveel lepels je tot je beschikking hebt. In dit geval hebben we twaalf lepels tot onze beschikking.

Maak een lijst met dagelijkse activiteiten.

– Heb je vannacht goed geslapen? Goed? Of minder goed? (1 lepel)
– Hoe kom je uit bed? (1 lepel)
– Je hebt honger, je maakt ontbijt voor jezelf. Je neemt eventuele medicatie in. (1 lepel)
– Dan ga je douchen, haren wassen, etc. (1 of 2 lepels)
– Aankleden. Welke kleren trek ik aan? Zijn ze comfortabel genoeg? (1 lepel)

Je ziet het : van de stapel van twaalf lepels zijn er nu nog maar 5 of 6 over. De dag moet nog gaan beginnen. Je moet nog naar je werk. Of naar een sociale gelegenheid. Een leuk uitje. Boodschappen doen. Wat dan ook. De dag is nog niet eens op de helft en je bent al bijna door je lepels heen!

De rest van de dag moet je zorgvuldig kiezen, want als de lepels op zijn. Dan zijn ze echt op. Weg.

Gebeurt er iets, waardoor je bijvoorbeeld plotseling lichamelijk klachten krijgt en wat gevaarlijk voor je kan zijn? Of iets wat heel onbenullig lijkt: een overvolle trein en gedwongen de hele reis moeten staan? Dan kunnen je lepels sneller opraken. Zo zijn er tal van voorbeelden te noemen.

Het moeilijkste is dat je lepels per dag in hoeveelheid verschillen. De ene dag heb je er wat meer dan de andere dag. Het gevoel van noodgedwongen keuzes maken is heel lastig. Overal over nadenken. De vrijheid om geen lepels meer te hoeven tellen.

Belangrijk om te weten is dat een deel van ons (met een chronische ziekte) zelfs helemaal geen lepels hebben.

Tip: hou een lepel achter de hand. Wees voorbereid en hou een extra lepel als reserve. Zo ben je altijd voorbereid.
Het is niet leuk om volgens de lepeltheorie te moeten leven. Maar een positief punt hieraan is dat je niet onnodig meer lepels aan het verspillen bent. Je hebt geen verspilde tijd meer, maar kiest bewust voor de dingen die je doet zoals je ze doet.